Achtergrond

Op het moment dat kinderen naar het voortgezet onderwijs gaan, hebben ze vrijwel allemaal al te maken gehad met het overlijden van iemand die ze kennen. Ieder jaar verliezen zo'n 7000 kinderen hun vader, moeder, een broer of een zus. Het is voor volwassenen onmogelijk kinderen te beschermen tegen de aanwezigheid van de dood en de mogelijke gevolgen daarvan in hun leven. Kinderen rouwen net als volwassenen dat doen, kinderen uiten zich hierbij vaak wel op een andere manier dan volwassenen.

Stichting Achter de Regenboog meent dat kinderen met de juiste ondersteuning goed in staat zijn om met de dood van een dierbaar persoon om te gaan zodanig dat zij niet worden belemmerd een gezond volwassen bestaan op te bouwen. Al in 1993 ontstond het idee dat lotgenotencontact in de vorm van een uitgekiend evenwicht tussen inhoudelijk diepergaand contact en gezamenlijke activiteiten als sport en spel hierbij helpen. Sinds enige jaren is Achter de Regenboog regionaal vertegenwoordigd en worden activiteiten ook regionaal aangeboden.